ECLI:NL:HR:2011:BQ3952
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad behandelt cassatieberoep tegen uitspraak Centrale Raad van Beroep inzake Algemene Ouderdomswet
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld dat was ingesteld door belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 20 augustus 2010. Deze uitspraak betrof een hoger beroep van belanghebbende tegen een beslissing van de Rechtbank te Haarlem over een besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW).
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO). Dit betekent dat het beroep niet inhoudelijk is behandeld, maar op procedurele gronden is afgedaan. De zaak betreft bestuursrechtelijke aspecten in combinatie met belastingrechtelijke elementen, waarbij de SVB als bestuursorgaan een besluit heeft genomen dat door belanghebbende is aangevochten.
De uitspraak van de Hoge Raad bevestigt daarmee de eerdere beslissingen en sluit de procedure af zonder inhoudelijke beoordeling van het geschil. Dit impliceert dat de rechtsgang via de bestuursrechtelijke weg is voltooid en dat het cassatieberoep niet ontvankelijk of niet-ontvankelijk is verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep is afgedaan met toepassing van artikel 81 RO zonder inhoudelijke behandeling.