ECLI:NL:HR:2011:BQ3961
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over naheffingsaanslag omzetbelasting en boetebeschikking
In deze zaak heeft de Hoge Raad het beroep in cassatie behandeld dat was ingesteld door X tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 11 mei 2010. Het geschil betrof een naheffingsaanslag omzetbelasting en de daarbij opgelegde boetebeschikking. De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, waarmee het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
De procedure richtte zich op de vraag of het Gerechtshof Arnhem het recht had gehandhaafd om de naheffingsaanslag en de boete te bevestigen. De Hoge Raad heeft geen inhoudelijke beoordeling van de zaak gegeven, omdat het beroep niet ontvankelijk werd verklaard. Hierdoor blijft het arrest van het Gerechtshof Arnhem ongewijzigd van kracht.
Deze uitspraak bevestigt de grenzen van het cassatieberoep in belastingzaken en onderstreept het belang van de ontvankelijkheidsvereisten in cassatieprocedures. De zaak betreft een belangrijk precedent voor de behandeling van naheffingsaanslagen en boetebeschikkingen in het bestuursrechtelijke belastingrecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard en het hofarrest blijft in stand.