ECLI:NL:HR:2011:BQ4267
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak over navorderingsaanslagen en verliesherzieningsbeschikking
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1999, 2000, 2001 en 2003 en een verliesherzieningsbeschikking voor 2002. De navorderingsaanslagen werden gehandhaafd door de Inspecteur en de rechtbank, maar het hof vernietigde ze omdat ze voortijdig waren opgelegd vóór de herzieningsbeschikking.
De rechtbank had partijen op voorstel van de rechtbank akkoord laten gaan met het alsnog nemen van een verliesherzieningsbeschikking, waarbij bezwaar en beroep mede daarop konden worden gericht. Het hof oordeelde echter ambtshalve dat de navorderingsaanslagen vernietigd moesten worden omdat de wettelijke volgorde niet was gevolgd.
De Hoge Raad stelt dat belanghebbende uit proceseconomische overwegingen rechtsgeldig afstand heeft gedaan van het beroep op de vereiste volgorde van het nemen van de herzieningsbeschikking vóór de navorderingsaanslagen. De rechter hoeft dit niet ambtshalve te toetsen. Het hof heeft dit miskend door de navorderingsaanslagen ambtshalve te vernietigen.
Daarom wordt het beroep in cassatie gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De zaak wordt afgedaan zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.