ECLI:NL:HR:2011:BQ4813
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe omstandigheden
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarbij de aanvrager was veroordeeld voor poging tot zware mishandeling en mishandeling. De Hoge Raad beoordeelde of het verzoek voldeed aan de voorwaarden van artikel 457 lid 1 sub Pro 2 Sv, dat vereist dat het verzoek steunt op nieuwe feitelijke omstandigheden die bij het eerdere onderzoek niet bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek anders zou zijn verlopen.
De aanvrage bevatte echter geen nieuwe feiten of omstandigheden die aan deze criteria voldeden. De Hoge Raad stelde vast dat het verzoek niet de vereiste opgave van bewijsmiddelen bevatte die de nieuwe omstandigheden zouden ondersteunen, zoals voorgeschreven in artikel 459 Sv Pro. Hierdoor kon het verzoek niet worden ontvangen.
De Hoge Raad verklaarde het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en bevestigde daarmee de eerdere veroordeling tot een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken op 17 mei 2011.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van nieuwe omstandigheden.