ECLI:NL:HR:2011:BQ7049
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- W.D.H. Asser
- G. Snijders
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt wanprestatie ondanks opzegging samenwerkingsovereenkomst
In deze zaak stond de vraag centraal of het ondanks opzegging voortzetten van participatie in een ander project door de wederpartij kan worden aangemerkt als wanprestatie. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem, waarin het hof het geschil over de uitvoering van een samenwerkingsovereenkomst had beslecht.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen van de rechtbank Zwolle-Lelystad en het arrest van het gerechtshof Arnhem, waarin de feiten en het geschil uitvoerig zijn behandeld. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten in het cassatiemiddel niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Het arrest bevestigt dat de belangen van de wederpartij zijn veronachtzaamd door de voortzetting van participatie in een ander project en dat dit wanprestatie oplevert, met als consequentie ontbinding en schadevergoeding op grond van de artikelen 6:265 en 6:277 BW. De Hoge Raad veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het gerechtshof wordt bevestigd.