ECLI:NL:HR:2011:BQ7502
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake voorlopige aanslag inkomstenbelasting
In deze zaak heeft de Staatssecretaris van Financiën beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 11 november 2010, waarin een voorlopige aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen aan X te Z werd behandeld.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep onderzocht en geoordeeld dat het beroep ongegrond is, waarmee het arrest van het Gerechtshof in stand blijft. Hiermee wordt bevestigd dat de voorlopige aanslag zoals opgelegd door de belastingdienst rechtmatig is beoordeeld door het hof.
Het arrest sluit aan bij eerdere jurisprudentie, waaronder het arrest met nummer 10/01744, waarin soortgelijke kwesties omtrent voorlopige aanslagen en de beoordeling daarvan aan de orde waren. De Hoge Raad bevestigt hiermee de rechtsgeldigheid van het oordeel van het hof en de toegepaste rechtsregels.
Deze uitspraak betreft bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke aspecten, waarbij de rechtsbescherming van belastingplichtigen tegen voorlopige aanslagen centraal staat.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën is ongegrond verklaard en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.