ECLI:NL:HR:2011:BQ7623
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat gehuwde niet duurzaam gescheiden levende echtgenoten slechts één eigen woning kunnen aanmerken
Belanghebbende was gehuwd en woonde samen met zijn echtgenote en kinderen op een adres waar hij een eenmanszaak dreef. Zijn echtgenote exploiteerde een tuinencomplex op een ander adres. Zij waren gezamenlijk eigenaar van beide woningen. In 2005 tekenden zij een vennootschapsakte voor een vennootschap onder firma, met ingang per 1 januari 2003, die later werd geregistreerd.
De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende duurzaam gescheiden van zijn echtgenote leefde en of hij de negatieve inkomsten uit de woning van zijn echtgenote tot zijn belastbare inkomen kon rekenen. Daarnaast was in geschil of hij mede voor rekening van de vennootschap handelde en of hij gebonden was aan een afspraak om de zelfstandigenaftrek over 2003 niet te claimen.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat hij duurzaam gescheiden leefde en bevestigde dat hij slechts één eigen woning kon aanmerken. Ook verwierp het Hof het beroep op de vennootschapsakte als bewijs dat de onderneming mede voor zijn rekening werd gedreven. De Hoge Raad bevestigde deze oordelen en wees erop dat de registratie van de vennootschapsakte geen goedkeuring inhoudt van de daarin vermelde ingangsdatum.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en wees de klachten af. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat geen reden was voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond en bevestigt dat gehuwde niet duurzaam gescheiden levende echtgenoten slechts één eigen woning kunnen aanmerken.