ECLI:NL:HR:2011:BQ8089

Hoge Raad

Datum uitspraak
30 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02393
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep wegens art. 81 RO

In deze zaak heeft eiseres beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het gerechtshof Amsterdam. Verweerder is in cassatie verstek verleend en is niet verschenen. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure en heeft de conclusie van de Advocaat-Generaal ontvangen, die adviseert het cassatieberoep te verwerpen met toepassing van art. 81 RO Pro.

Eiseres heeft hierop gereageerd, maar de Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien art. 81 RO Pro is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren.

De Hoge Raad verklaart het beroep niet-ontvankelijk en veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding, welke aan de zijde van verweerder nihil worden begroot. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard en verworpen op grond van art. 81 RO.

Uitspraak

30 september 2011
Eerste Kamer
10/02393
DV/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 407162HA ZA 08-2485 van de rechtbank Amsterdam van 8 april 2009;
b. het arrest in de zaak 200.045.990/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 6 april 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiseres] toegelicht door haar advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiseres] heeft bij brief van 24 juni 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.A.M. van Schendel en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer W.A.M. van Schendel op 30 september 2011.