ECLI:NL:HR:2011:BQ8098
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over matiging van oneigenlijk boetebeding in bodemsaneringsregeling Subat
De zaak betreft een geschil tussen Subat, een stichting die bodemsaneringen uitvoert, en [verweerster], erfpachtster van een tankstationlocatie te Amsterdam. Subat had de locatie gesaneerd en vorderde betaling van de waardevermeerdering van de grond binnen tien jaar na sanering, conform art. 13 van Pro de Algemene Voorwaarden, dat een oneigenlijk boetebeding bevat.
De rechtbank wees de vordering toe, het hof matigde het bedrag tot € 25.000, maar kwalificeerde het beding als oneigenlijk boetebeding waarop art. 6:94 BW Pro analoog van toepassing is. [Verweerster] stelde dat dit onjuist was, omdat het beding geen accessoir karakter heeft en geen prestatie tot behoud van de locatie bevat.
De Hoge Raad bevestigt dat art. 6:94 BW Pro ook op oneigenlijke boetebedingen kan worden toegepast, afhankelijk van de omstandigheden. Matiging is slechts mogelijk bij bijzondere omstandigheden en moet goed gemotiveerd zijn. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom matiging in dit geval passend is, mede gelet op feitelijke onjuistheden over overdracht van andere percelen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het hof en verwijst de zaak naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad [verweerster] in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling.