ECLI:NL:HR:2011:BQ8196
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende motivering schatting wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij de verdachte werd verdacht van het wegnemen van geldbedragen van de rekening van het slachtoffer met behulp van valse sleutels, waaronder een giromaatpas en creditcard met pincodes.
Het hof had het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €15.200,-, gebaseerd op verklaringen van de verdachte en diverse bankafschriften. Echter, de Hoge Raad oordeelde dat de gebruikte bewijsmiddelen niet zonder meer redengevend zijn voor de schatting omdat niet duidelijk was of de bedragen daadwerkelijk via de giromaatpas of creditcard waren afgeboekt.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom deze bewijsmiddelen werden gebruikt voor de schatting van het voordeel, waardoor de uitspraak niet naar behoren was gemotiveerd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling binnen het bestaande hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel.