ECLI:NL:HR:2011:BQ8449
Hoge Raad
- Cassatie
- E.J. Numann
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- C.E. Drion
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Betalingsregeling en verjaring bij kredietovereenkomst ondanks veroordelend vonnis
In deze zaak gaat het om een doorlopende kredietovereenkomst uit 1979 tussen eiser en Spektrum Financieringen B.V. Na een betalingsachterstand eiste Spektrum het krediet ineens op en verkreeg zij een veroordelend vonnis voor een deel van de vordering. Tussen partijen werd een betalingsregeling getroffen waarbij eiser periodiek betalingen verrichtte.
Eiser voerde verjaring aan voor het resterende deel van de vordering, stellende dat de vordering was gesplitst in twee afzonderlijke vorderingen: het door de kantonrechter toegewezen deel en de restvordering. Spektrum stelde dat de betalingsregeling betrekking had op de gehele schuld en dat de betalingen erkenning van de gehele vordering inhielden.
Het hof oordeelde dat de materiële rechtsverhouding niet werd gewijzigd door het veroordelend vonnis en dat de betalingsregeling betrekking had op de gehele schuld. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en verwierp het verjaringsverweer, omdat eiser geen grond had om aan te nemen dat de regeling alleen op het toegewezen deel zag.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding en wees het beroep af, waarmee de vordering van Spektrum werd toegewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de betalingsregeling betrekking had op de gehele schuld, waardoor het verjaringsverweer faalt.