ECLI:NL:HR:2011:BQ8871
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling draagkracht bij alimentatieplicht: inkomen nieuwe partner niet meewegen
In deze zaak stond de vraag centraal of het inkomen van de nieuwe partner van de alimentatieplichtige moet worden betrokken bij de berekening van diens draagkracht voor alimentatie. De vrouw, verzoekster tot cassatie, stelde dat dit inkomen wel meegewogen diende te worden. De rechtbank en het gerechtshof hadden echter geoordeeld dat in dit specifieke geval het inkomen van de nieuwe partner niet in de draagkrachtberekening hoefde te worden meegenomen.
De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen de beschikking van het gerechtshof, maar de Hoge Raad verwierp het cassatieberoep op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De Hoge Raad vond dat de klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat het niet verplicht is het inkomen van de nieuwe partner van de alimentatieplichtige mee te nemen in de draagkrachtberekening, mits dit oordeel deugdelijk is gemotiveerd. De beschikking werd gegeven door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken door raadsheer J.C. van Oven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel dat het inkomen van de nieuwe partner niet hoeft te worden meegewogen in de draagkracht wordt bevestigd.