ECLI:NL:HR:2011:BQ8897
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet voldoen aan wettelijke vereisten
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad stelt dat voor onderzoek in cassatie alleen middelen van cassatie in aanmerking komen die voldoen aan wettelijke vereisten, waaronder een stellige en duidelijke klacht over schending van rechtsregels of vormvoorschriften.
De schriftuur van de verdediging voldeed niet aan deze eisen, waardoor de klachten onbesproken moesten blijven. Daarnaast was de schriftuur niet tijdig ingediend binnen de bij wet gestelde termijn, zoals voorgeschreven in art. 437, tweede lid, Sv.
De Advocaat-Generaal had geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en terugwijzing naar het hof, maar de Hoge Raad verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in het beroep en wees het cassatieberoep af.
Het arrest werd gewezen door de vice-president als voorzitter en twee raadsheren, en uitgesproken op 1 november 2011.
Uitkomst: Verdachte werd niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet voldoen aan wettelijke vereisten.