ECLI:NL:HR:2011:BQ9102

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03456 B en 10/03457 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 116 SvArt. 447 SvArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van klaagschrift en beslag teruggave onder art. 552a en 116 Sv

In deze zaak stond het beroep in cassatie centraal tegen een beschikking van de Rechtbank Haarlem waarbij een klaagschrift op grond van art. 552a Sv tot opheffing van beslag en teruggave van een bestelauto ongegrond werd verklaard. De rechtbank wees tevens het klaagschrift gericht tegen de mededeling van de Officier van Justitie dat de bestelauto zou worden teruggegeven aan een derde af.

De Hoge Raad heeft onderzocht of het Openbaar Ministerie nog bevoegd is een beslissing te nemen op grond van art. 116, tweede lid, Sv wanneer reeds een klaagschrift tot teruggave is ingediend. De Hoge Raad verwierp de stelling dat het OM daartoe niet meer vrij zou staan en oordeelde dat deze opvatting geen steun vindt in het recht.

Het beroep van de klager werd afgewezen omdat het onvoldoende feitelijke grondslag bood en de overige middelen niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de beslissing van de rechtbank en handhaafde het bevel tot teruggave van de bestelauto aan de derde partij.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde de beschikking tot teruggave van de bestelauto aan de derde partij.

Uitspraak

25 oktober 2011
Strafkamer
nr. 10/03456 B en 10/03457
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Haarlem van 8 juli 2010, nummer RK 10/170, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[Klager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1954, wonende te [woonplaats].
1. De bestreden beschikking
1.1. De Rechtbank heeft ongegrond verklaard het door de klager op de voet van art. 552a Sv ingediende klaagschrift strekkende tot opheffing van het gelegde beslag en tot teruggave aan de klager van de in het klaagschrift bedoelde bestelauto.
1.2. Voorts heeft de Rechtbank ongegrond verklaard het door de klager ingediende klaagschrift gericht tegen de mededeling als bedoeld in art. 116, derde lid, Sv van de Officier van Justitie dat hij de inbeslaggenomen bestelauto zal teruggeven aan [betrokkene 1].
1.3. Ten slotte heeft de Rechtbank de teruggave van de bestelauto aan [betrokkene 2] gelast.
2. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. C.L. Kranendonk, advocaat te Beverwijk, bij twee afzonderlijke schrifturen middelen van cassatie voorgesteld. De schrifturen zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking, doch uitsluitend voor zover daarin de teruggave is gelast van de inbeslaggenomen bestelauto aan [betrokkene 2] en tot verwerping van het beroep voor het overige.
3. Beoordeling van het eerste middel in de zaak 10/03457 (betreffende de onder 1.2 weergegeven beslissing van de Rechtbank)
3.1. Het middel bevat de klacht dat de Rechtbank geen beslissing heeft genomen op het door de klager gevoerde verweer dat het Openbaar Ministerie in strijd met de beginselen van een behoorlijke procesorde een kennisgeving als bedoeld in art. art. 116, derde lid, Sv heeft laten uitgaan, terwijl de klager toen reeds een klaagschrift tot teruggave van de bestelauto had ingediend.
3.2. Het middel faalt bij gebrek aan feitelijke grondslag, aangezien uit het op de voet van art. 447, tweede lid, Sv aan de Hoge Raad toegezonden klaagschrift noch uit het proces-verbaal van de behandeling in raadkamer blijkt dat een dergelijk verweer is gevoerd. Nochtans verdient opmerking dat de opvatting dat het de officier van justitie niet meer vrijstaat een beslissing te nemen als bedoeld in art. 116, tweede lid onder a en b, Sv indien een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv strekkende tot teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp is ingediend, geen steun vindt in het recht.
4. Beoordeling van de overige middelen
De middelen - die niet klagen over het door de Rechtbank gegeven bevel tot teruggave - kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
5. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 25 oktober 2011.