ECLI:NL:HR:2011:BR0117

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04867
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake verdeling huwelijksgoederengemeenschap bij echtscheiding

In deze zaak stond de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap centraal na de echtscheiding van partijen, aangeduid als vrouw en man. De vrouw had beroep in cassatie ingesteld tegen het vonnis van het gerechtshof Amsterdam, dat eerder de beschikking van de rechtbank Haarlem had bevestigd.

De Hoge Raad verwees naar de eerdere uitspraken van de rechtbank en het hof en beoordeelde het cassatieberoep aan de hand van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De klachten van de vrouw werden onderzocht, maar de Hoge Raad oordeelde dat deze geen aanleiding gaven tot cassatie, omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep werd gevolgd, ondanks een reactie van de advocaat van de vrouw. De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee de eerdere beslissingen over de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vijf raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 16 september 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de vrouw wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

16 september 2011
Eerste Kamer
10/04867
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. P.I.A. Strijdhorst.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de vrouw en de man.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak met de nummers 144673/FA RK 08-1131 en 150545/08-3560 van de rechtbank Haarlem van 22 december 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.060.298/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 10 augustus 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De man heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 8 juli 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, W.A.M. van Schendel, C.A. Streefkerk en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 september 2011.