ECLI:NL:HR:2011:BR0254
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken einduitspraak met veroordeling
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een eerder met een transactie afgedane zaak. De Hoge Raad beoordeelt of het verzoek ontvankelijk is op grond van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat er sprake moet zijn van een einduitspraak houdende veroordeling.
De Hoge Raad stelt vast dat in deze zaak geen einduitspraak met veroordeling is gegeven, maar dat de zaak met een transactie is afgedaan. Hierdoor voldoet het verzoek niet aan de ontvankelijkheidseisen voor herziening.
Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en wijst het af. Het arrest is gewezen door de vice-president Koster en raadsheren de Savornin Lohman en Thomassen en uitgesproken op 5 juli 2011.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een einduitspraak met veroordeling.