ECLI:NL:HR:2011:BR0254

Hoge Raad

Datum uitspraak
5 juli 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00412 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Rechters
  • F.H. Koster
  • B.C. de Savornin Lohman
  • W.M.E. Thomassen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 457 Sv
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek wegens ontbreken einduitspraak met veroordeling

De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een eerder met een transactie afgedane zaak. De Hoge Raad beoordeelt of het verzoek ontvankelijk is op grond van artikel 457, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering, dat vereist dat er sprake moet zijn van een einduitspraak houdende veroordeling.

De Hoge Raad stelt vast dat in deze zaak geen einduitspraak met veroordeling is gegeven, maar dat de zaak met een transactie is afgedaan. Hierdoor voldoet het verzoek niet aan de ontvankelijkheidseisen voor herziening.

Op grond hiervan verklaart de Hoge Raad het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en wijst het af. Het arrest is gewezen door de vice-president Koster en raadsheren de Savornin Lohman en Thomassen en uitgesproken op 5 juli 2011.

Uitkomst: Het verzoek tot herziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een einduitspraak met veroordeling.

Uitspraak

5 juli 2011
Strafkamer
nr. 11/00412 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een transactie afgedane zaak, nummer 09/860270-07, van:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1960, wonende te [woonplaats].
1. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
2. Beoordeling van de aanvrage
De aanvrage zal niet tot herziening kunnen leiden, omdat geen sprake is van een einduitspraak houdende veroordeling in de zin van art. 457, eerste lid, Sv. De aanvrage kan derhalve niet worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en W.M.E. Thomassen, in bijzijn van de waarnemend griffier J.D.M. Hart, en uitgesproken op 5 juli 2011.