ECLI:NL:HR:2011:BR1106
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontbreken beslissing op bewijsuitsluitingsverweer in fraudezaak WWB
De zaak betreft een strafzaak tegen de verdachte, die tussen 1 juli 2004 en 25 januari 2006 in Almere opzettelijk de inlichtingenverplichting uit hoofde van de Wet werk en bijstand (WWB) heeft geschonden door het niet melden van samenwoning met een medeverdachte. Het hof had de verdachte veroordeeld op basis van diverse bewijsmiddelen, waaronder een proces-verbaal van observatie van de Sociale Recherche Flevoland.
De verdediging voerde onder meer aan dat het proces-verbaal van observatie onrechtmatig was verkregen en stelde een bewijsuitsluitingsverweer voor. Dit verweer richtte zich op het ontbreken van een geldig bevel tot stelselmatige observatie voor een deel van de observaties en de ouderdom en onbetrouwbaarheid van de gebruikte informatie. Het hof heeft echter nagelaten om op dit bewijsuitsluitingsverweer een met redenen omklede beslissing te geven.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof dit verzuim terecht wordt verweten, omdat een gemotiveerde beslissing op een dergelijk verweer essentieel is voor een zorgvuldige rechtsgang. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof te Leeuwarden voor hernieuwde behandeling en beslissing op het bestaande hoger beroep, waarbij het bewijsuitsluitingsverweer wel moet worden betrokken.
De overige middelen van cassatie behoeven geen bespreking. De uitspraak is gedaan door de vice-president en raadsheren van de Strafkamer van de Hoge Raad op 8 november 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met beslissing op het bewijsuitsluitingsverweer.