ECLI:NL:HR:2011:BR2078
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het aantrekken en bemiddelen van gelden volgens de Wet toezicht kredietwezen 1992
Deze zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam over de overtreding van artikel 82 van Pro de Wet toezicht kredietwezen 1992 (Wtk 1992). Verdachte werd verweten bedrijfsmatig gelden van het publiek te hebben aangetrokken en/of bemiddeld in de periode van december 1998 tot juni 2000. De gelden betroffen stortingen van verschillende betrokkenen op rekeningen van Stichting Derdengelden en andere entiteiten, bestemd voor investeringsprogramma's.
De verdediging betoogde dat verdachte nooit daadwerkelijk over de gelden beschikte en slechts informatie gaf over mogelijkheden bij Stichting Derdengelden, waardoor geen sprake zou zijn van aantrekken of bemiddelen. Het hof oordeelde echter dat onder aantrekken ook het wervend optreden valt dat gericht is op het verkrijgen van gelden, ook als deze niet daadwerkelijk worden verkregen, en dat verdachte en zijn medeverdachten actief potentiële inleggers benaderden en begeleidden bij het sluiten van contracten.
De Hoge Raad bevestigde deze uitleg van artikel 82 Wtk Pro 1992 en verwierp het cassatieberoep op dit punt. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, wat leidde tot vermindering van de opgelegde taakstraf van 180 uren naar 171 uren, subsidiair van 90 dagen naar 85 dagen hechtenis. Het beroep werd voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor aantrekken en bemiddelen van gelden en vermindert de taakstraf wegens termijnoverschrijding.