2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep houdt onder meer in:
" De advocaat-generaal verklaart - zakelijk weergegeven -:Ik vorder dat de verdachte niet-ontvankelijk in haar hoger beroep wordt verklaard nu in de appelakte niet is vermeld dat de raadsman bepaaldelijk was gevolmachtigd om namens de verdachte hoger beroep in te stellen. Ik wijs in dit verband op de arresten van de Hoge Raad van 22 december 2009, LJN BJ7810 en 2 februari 2010, LJN BK2971. Die houden onder meer in dat wanneer er gebreken kleven aan de brief waardoor aan een medewerker van de griffie volmacht wordt verleend tot het aanwenden van een rechtsmiddel deze binnen de appeltermijn kunnen worden gerepareerd. In de appelschriftuur van de raadsman is weliswaar vermeld dat de raadsman bepaaldelijk is gevolmachtigd om namens de verdachte de appelschriftuur te ondertekenen en in te dienen, doch nu deze twee weken na het einde van de appeltermijn is ingediend kan daarop geen acht worden geslagen.
De raadsman van de verdachte verklaart - zakelijk weergegeven -
De vordering van de advocaat-generaal overvalt mij. Het was mij niet opgevallen dat de appelakte niet goed was. Ik had het op prijs gesteld indien ik eerder op dit gebrek in de akte was gewezen zodat ik dit had kunnen onderzoeken.
Ik verklaar dat de comparant K.S. Suls bepaaldelijk door mijn cliënt gevolmachtigd was om namens haar hoger beroep in te stellen.
De verdachte verklaart - zakelijk weergegeven -:
Het is juist dat ik de advocaat K.S. Suls bepaaldelijk heb gevolmachtigd om namens mij hoger beroep in te stellen.
De advocaat-generaal verklaart - zakelijk weergegeven -:
Ik heb pas kort voor deze zitting ontdekt dat de appelakte een verzuim bevatte. Ik beroep mij op het arrest van de Hoge Raad van 22 december 2009, LJN BJ7810. Ik leid hieruit af dat het verzuim na het einde van de beroepstermijn niet kan worden hersteld. Het had de verdachte daarom niet gebaat indien de raadsman voorafgaand aan de zitting was geïnformeerd over het verzuim.
Hierop onderbreekt het Hof de zitting voor korte tijd.
Na hervatting van de zitting wordt de verdachte het recht gelaten het laatst te spreken.
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede dat het hof direct uitspraak doet. De uitspraak luidt - zakelijk weergegeven -:
Het hof stelt vast dat in de appelakte niet is vermeld dat de comparant K.S. Suls bepaaldelijk was gevolmachtigd om namens de verdachte hoger beroep in te stellen en dat dit verzuim niet binnen de beroepstermijn is hersteld. In aanmerking genomen de huidige lijn in de rechtspraak van de Hoge Raad, zoals die ook blijkt uit het recente arrest van de Hoge Raad van 22 juni 2010, LJN BL2831, is in een geval als dit, waarin het rechtsmiddel is ingesteld door een professionele procesdeelnemer de akte rechtsmiddel bepalend. Daaraan kan niet afdoen dat de verdachte ter zitting heeft verklaard dat zij de comparant K.S. Suls bepaaldelijk had gevolmachtigd om namens haar het hoger beroep in te stellen.
Het hof verklaart de verdachte daarom niet-ontvankelijk in het hoger beroep."