ECLI:NL:HR:2011:BR2347
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring wegens onvoldoende bewijs van door misdrijf verkregen paspoort
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin verdachte werd bewezenverklaard dat hij een Nederlands paspoort bezat dat door misdrijf was verkregen. Het hof baseerde deze bewezenverklaring op processen-verbaal van politie, waaronder verklaringen over het vermiste paspoort en de vondst van het paspoort in de woning van verdachte.
De verdediging voerde aan dat niet kon worden bewezen dat verdachte zich bewust was van het bezit van het paspoort of dat het paspoort door misdrijf was verkregen. Het hof oordeelde dat verdachte als hoofdbewoner van de woning verantwoordelijk was voor de aanwezige zaken en dat het paspoort niet op legale wijze kon zijn verkregen.
De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat het paspoort door misdrijf was verkregen en dat verdachte dit wist. De bewezenverklaring voldoet daardoor niet aan de wettelijke eisen en wordt vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting en beslissing over dit onderdeel.
Uitkomst: De bewezenverklaring dat verdachte een door misdrijf verkregen paspoort bezat wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.