ECLI:NL:HR:2011:BR2830
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Verwerping beroep in cassatie inzake ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
De zaak betreft een cassatieberoep ingesteld door betrokkene tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 15 december 2009, waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel was toegewezen.
Betrokkene werd vertegenwoordigd door mr. D.W.H.M. Wolters. De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep. De Hoge Raad heeft de middelen beoordeeld en geoordeeld dat deze niet tot cassatie kunnen leiden. Er was geen noodzaak tot nadere motivering omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
Het arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, en uitgesproken op 11 oktober 2011. Het beroep is verworpen, waarmee het arrest van het Gerechtshof Amsterdam in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Gerechtshof Amsterdam blijft in stand.