ECLI:NL:HR:2011:BR2837

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/05168
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • H.A.G. Splinter-van Kan
  • M.A. Loth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 SvArt. 423 SvArt. 81 RO
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt dat ontbreken wijziging tenlastelegging in arrest niet tot vernietiging leidt

In deze zaak heeft de verdachte beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. Het geschil betreft de volledigheid van de tenlastelegging in het bestreden arrest, waarin een wijziging die tijdens de terechtzitting in eerste aanleg was toegestaan, niet volledig is opgenomen.

De Hoge Raad constateert dat deze wijziging inderdaad niet volledig in het arrest is opgenomen, waardoor het middel gegrond is. Echter, de Hoge Raad overweegt dat dit niet tot vernietiging hoeft te leiden omdat het hof de tenlastelegging uit het vernietigde vonnis, die wel volledig is, had kunnen overnemen conform artikel 423, derde lid, Wetboek van Strafvordering.

De overige middelen leiden niet tot cassatie en behoeven geen nadere motivering. De Hoge Raad verwerpt het beroep van de verdachte en bevestigt hiermee de geldigheid van het arrest ondanks het formele gebrek.

Het arrest is gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 11 oktober 2011.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest ondanks het ontbreken van de wijziging van de tenlastelegging in het arrest zelf.

Uitspraak

11 oktober 2011
Strafkamer
nr. 09/05168
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te Amsterdam van 17 december 2009, nummer 23/002667-08, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. B.P. de Boer, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het tweede middel
2.1. Het middel behelst onder meer de klacht dat het verkorte arrest in strijd met art. 359, eerste lid, Sv niet de tenlastelegging (zoals gewijzigd in eerste aanleg) bevat van de feiten 4, 5 en 6 primair.
2.2. Omtrent de inhoud van de tenlastelegging heeft het Hof overwogen:
"Aan de verdachte is tenlastegelegd hetgeen vermeld staat in de inleidende dagvaarding, overeenkomstig de op de terechtzitting in eerste aanleg 25 april 2008 op vordering van de officier van justitie toegestane wijziging tenlastelegging.
Van die dagvaarding en vordering wijziging tenlastelegging zijn kopieën in dit arrest gevoegd.
De daarin vermelde tenlastelegging, voor zover in hoger beroep nog aan de orde, wordt hier overgenomen."
2.3. In de zich bij de stukken bevindende, door de Griffier van het Hof "voor fotokopie conform" getekende kopie van het bestreden arrest is evenwel de op de terechtzitting in eerste aanleg van 25 april 2008 toegestane wijziging van de tenlastelegging niet volledig opgenomen. In zoverre is het middel derhalve gegrond.
2.4. Dit behoeft evenwel in het onderhavige geval niet tot vernietiging van het bestreden arrest te leiden, omdat het Hof ermee had kunnen volstaan overeenkomstig art. 423, derde lid, Sv de tenlastelegging uit het vernietigde vonnis, dat de tenlastelegging wél volledig bevatte, over te nemen, in welk geval de inhoud van eerdergenoemd gedeelte van de tenlastelegging evenmin in het bestreden arrest zelf te vinden zou zijn geweest (vgl. HR 11 november 1986, DD 87.124).
3. Beoordeling van de middelen voor het overige
De middelen kunnen ook voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de middelen in zoverre niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken op 11 oktober 2011.