ECLI:NL:HR:2011:BR4203
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt uitspraak over Werkloosheidswet na beroep in cassatie
De zaak betreft een beroep in cassatie van belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) in het kader van de Werkloosheidswet.
Belanghebbende was in hoger beroep gegaan tegen een uitspraak van de Rechtbank Almelo die het besluit van het UWV betrof. De Centrale Raad van Beroep heeft deze uitspraak bevestigd op 5 januari 2011.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep vervolgens afgedaan met toepassing van artikel 81 van Pro de Wet op de Raad van State (RO), waarmee het beroep niet-ontvankelijk werd verklaard of niet-ontvankelijk werd verklaard zonder inhoudelijke behandeling.
Hierdoor blijft de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in stand en is het besluit van het UWV definitief bevestigd. De procedure benadrukt de beperkte toetsingsmogelijkheden van de Hoge Raad in bestuursrechtelijke zaken betreffende sociale zekerheidsuitkeringen.
Uitkomst: Het cassatieberoep is afgewezen op grond van artikel 81 RO, waardoor de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep in stand blijft.