ECLI:NL:HR:2011:BR4807
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- P.M.F. van Loon
- Rechtspraak.nl
Vennootschapsbelasting: aftrekbaarheid afwaarderingsverlies onzakelijke lening bij liquidatie deelneming
Belanghebbende, een vennootschap, had in 1998 een geldlening verstrekt aan haar Duitse deelneming GmbH, die een horecaonderneming exploiteerde. De lening was onzakelijk vormgegeven en de GmbH leed verliezen, waarna de liquidatie werd voltooid in 2001. Belanghebbende nam een liquidatieverlies op in haar aangifte vennootschapsbelasting, maar de Inspecteur weigerde de aftrek voor het afwaarderingsverlies op de lening.
De Rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond en vernietigde de aanslag gedeeltelijk, waarbij ook een vergoeding voor de bezwaarfase werd toegekend. Het Hof vernietigde deze uitspraak en verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het debiteurenrisico door belanghebbende werd aanvaard op grond van aandeelhoudersmotieven, waardoor het afwaarderingsverlies niet aftrekbaar was.
De Hoge Raad oordeelt dat het verlies op de onzakelijke lening wel deel uitmaakt van het voor de deelneming opgeofferde bedrag en dus aftrekbaar is. Tevens vernietigt de Hoge Raad het oordeel van het Hof over de vergoeding van bezwaarkosten en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling, inclusief de vraag over toepassing van artikel 2, lid 3, Bpb.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen naar het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch voor verdere behandeling.