ECLI:NL:HR:2011:BR5214

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04204
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:446 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing schadevergoeding wegens mislukte sterilisatie

Eisers vorderden schadevergoeding wegens een mislukte sterilisatie, waarbij zij een beroep deden op de uitvoering van de geneeskundige behandelingsovereenkomst en de toepasselijkheid van art. 7:446 e.v. BW. Na eerdere vonnissen van de rechtbank en meerdere arresten van het gerechtshof Arnhem, waarin de vordering werd afgewezen, stelden eisers cassatieberoep in tegen het laatste arrest van het hof.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere uitspraken en constateert dat de in cassatie aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie. Gezien art. 81 RO Pro is geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eisers in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee wordt het oordeel van het hof bekrachtigd dat geen recht bestaat op schadevergoeding wegens de mislukte sterilisatie.

De uitspraak benadrukt de terughoudendheid van de Hoge Raad bij het toetsen van feitelijke oordelen en bevestigt de rechtsregel dat een mislukte sterilisatie niet automatisch leidt tot aansprakelijkheid zonder nadere bewijsvoering over tekortkomingen in de behandeling.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van de schadevergoedingsvordering wegens mislukte sterilisatie.

Uitspraak

21 oktober 2011
Eerste Kamer
10/04204
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. R. Schoemaker,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E.H. van Staden ten Brink.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] c.s. en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 57387/HA ZA 03-1096 van de rechtbank Zutphen van 4 februari 2004, 12 mei 2004 en 9 maart 2005;
b. de arresten in de zaak 104.001.294 (rolnummer 2005/853) van het gerechtshof te Arnhem van 6 juni 2006, 9 januari 2007, 3 maart 2009 en 8 december 2009.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [eiser] c.s. beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [verweerder] toegelicht door zijn advocaat; [eiser] c.s. hebben afgezien van een schriftelijke toelichting.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiser] c.s. heeft bij brief van 25 augustus 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] c.s. in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 21 oktober 2011.