ECLI:NL:HR:2011:BS7977
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Herziening strafzaak diefstal met valse sleutel wegens nieuwe feiten over betaling
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een vonnis van de rechtbank te 's-Gravenhage uit 2006, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor diefstal met gebruik van een valse sleutel. De bewezenverklaring betrof het wegnemen van geldbedragen van een bankrekening door middel van het oneigenlijk gebruik van een giropas.
De rechtbank baseerde haar oordeel onder meer op pinbetalingen en contante opnames bij een winkel en een geldautomaat, alsmede op wisselende verklaringen van de verdachte over de herkomst van het geld. De verdachte had verklaard dat de televisie die hij had gekocht met het geld voor zijn moeder was en dat de aankoop administratief op zijn naam stond.
De herzieningsaanvraag berust op nieuwe feiten en bewijsmiddelen die destijds niet bekend waren en die het ernstig vermoeden wekken dat, indien deze bekend waren geweest, het onderzoek tot vrijspraak of een minder zware straf had geleid. De Advocaat-Generaal concludeerde dat de aanvraag gegrond is.
De Hoge Raad volgt dit advies en verklaart de aanvraag gegrond, beveelt zo nodig opschorting van de tenuitvoerlegging van het vonnis en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor een nieuwe behandeling en beslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling naar het gerechtshof.