ECLI:NL:HR:2011:BS8790
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie tegen arrest voortzetting huurovereenkomst
In deze zaak stond de voortzetting van een huurovereenkomst centraal, zoals bedoeld in artikel 7:268 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek. De procedure begon bij de kantonrechter te Amsterdam, die op 11 februari 2009 een vonnis wees. Vervolgens oordeelde het gerechtshof Amsterdam op 19 januari 2010 in een arrest over de zaak.
De eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het gerechtshof. De verweerster, de Hollandsch Brabantse Maatschappij van Onroerende Goederen N.V. (HBMOG), concludeerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen omdat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De Hoge Raad vond geen aanleiding tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.