ECLI:NL:HR:2011:BT1804
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijs en bewezenverklaring bij poging tot afpersing door meerdere personen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot afpersing, gepleegd door twee of meer verenigde personen op de openbare weg. De tenlastelegging hield in dat verdachte samen met anderen slachtoffers had geslagen en bedreigd met geweld om geld af te dwingen.
Het hof stelde vast dat verdachte en anderen gezamenlijk het plan hadden uitgevoerd om de slachtoffers te beroven, waarbij verdachte aanwezig was op de plaats van het delict en het geweld mede ondersteunde. De verdediging voerde aan dat er geen sprake was van bewuste en nauwe samenwerking (medeplegen), maar het hof verwierp dit verweer op basis van de feiten en verklaringen.
In cassatie klaagde verdachte dat het hof ten onrechte had bewezen verklaard dat hij zelf de geweldshandelingen had verricht, terwijl het hof de tenlastelegging zo had opgevat dat ook mededaders de handelingen konden hebben verricht. De Hoge Raad oordeelde dat deze uitleg van de tenlastelegging correct was en dat het middel berustte op een onjuiste lezing van het arrest. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.