ECLI:NL:HR:2011:BT1805
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewezenverklaring poging tot afpersing door vereniging van personen
Op 9 maart 2007 werd verdachte samen met anderen verdacht van poging tot afpersing op de openbare weg in Bocholtz, waarbij slachtoffers werden geslagen en bedreigd met geweld om geld af te dwingen. Het hof verklaarde bewezen dat verdachte samen met anderen handelingen verrichtte die het voorgenomen misdrijf uitvoerden, waaronder het slaan en bedreigen van de slachtoffers.
Verdediging voerde aan dat verdachte niet zelf de geweldshandelingen had verricht en dat er geen sprake was van medeplegen, maar hooguit medeplichtigheid. Het hof oordeelde echter dat verdachte en medeverdachten bewust en nauw samenwerkten, dat zij het plan gezamenlijk uitvoerden en dat verdachte zich niet distantieerde van het delict.
De Hoge Raad overwoog dat het hof de tenlastelegging juist heeft uitgelegd en dat de bewezenverklaring niet vereist dat verdachte zelf de geweldshandelingen verrichtte, maar dat medeplegen ook het gezamenlijk uitvoeren en ondersteunen van het plan omvat. Het cassatieberoep faalt omdat het middel berust op een onjuiste lezing van het arrest en het feitelijke grondslag mist.
Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof wordt in stand gelaten.