ECLI:NL:HR:2011:BT1977

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00957 H
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Herziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 Wegenverkeerswet 1994Art. 457 SvArt. 459 SvArt. 460 Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek in zaak wegenverkeerswet met dodelijk ongeval

De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarin de aanvrager werd veroordeeld voor overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, met betrekking tot een ongeval waarbij een ander is overleden. De aanvrager was veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en ontzegging van de rijbevoegdheid voor één jaar.

De aanvrage tot herziening werd ingediend met het verzoek om herziening op grond van nieuwe feiten die bij het eerdere onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat de uitkomst van de zaak anders had kunnen zijn. De Hoge Raad beoordeelde de aanvrage en stelde vast dat de aangevoerde omstandigheden niet voldeden aan de vereisten van artikel 457 Sv Pro, omdat zij geen nieuwe feiten bevatten die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf had kunnen leiden.

Daarom verklaarde de Hoge Raad de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk en handhaafde het arrest van het hof. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 20 september 2011.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en handhaaft de veroordeling.

Uitspraak

20 september 2011
Strafkamer
nr. S 11/00957 H
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op een aanvrage tot herziening van een in kracht van gewijsde gegaan arrest van het Gerechtshof te Arnhem van 26 januari 2009, nummer 21/003143-08, ingediend door:
[Aanvrager], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1938, wonende te [woonplaats].
1. De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
Het Hof heeft in hoger beroep - met vernietiging van een vonnis van de Rechtbank te Arnhem van 18 juli 2008 - de aanvrager ter zake van "overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander wordt gedood" veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaren en ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar.
2. De aanvrage tot herziening
De aanvrage tot herziening is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
3. Beoordeling van de aanvrage
3.1. Als grondslag voor een herziening kunnen, voor zover hier van belang, krachtens het eerste lid, aanhef en onder
2° van art. 457 Sv Pro slechts dienen een of meer door een opgave van bewijsmiddelen gestaafde omstandigheden van feitelijke aard die bij het onderzoek op de terechtzitting niet zijn gebleken en die het ernstig vermoeden wekken dat, waren zij bekend geweest, het onderzoek der zaak zou hebben geleid hetzij tot vrijspraak van de veroordeelde, hetzij tot ontslag van rechtsvervolging, hetzij tot niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie, hetzij tot toepasselijkverklaring van een minder zware strafbepaling.
3.2. Art. 459 Sv Pro schrijft voor dat de aanvrage tot herziening inhoudt de omstandigheid als hiervoor bedoeld, waarop zij steunt, en verder een opgave bevat van de bewijsmiddelen waaruit van die omstandigheid kan blijken.
3.3. Het in de aanvrage gestelde behelst niets wat kan worden aangemerkt als een beroep op omstandigheden als hiervoor onder 3.1 vermeld. De aanvrage kan daarom, gelet op de art. 459 en Pro 460 Sv, niet worden ontvangen.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de aanvrage niet-ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.A.M. van Schendel en W.F. Groos, in bijzijn van de waarnemend griffier S.C. Rusche, en uitgesproken op 20 september 2011.