ECLI:NL:HR:2011:BT1977
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- W.A.M. van Schendel
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van herzieningsverzoek in zaak wegenverkeerswet met dodelijk ongeval
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarin de aanvrager werd veroordeeld voor overtreding van artikel 6 van Pro de Wegenverkeerswet 1994, met betrekking tot een ongeval waarbij een ander is overleden. De aanvrager was veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en ontzegging van de rijbevoegdheid voor één jaar.
De aanvrage tot herziening werd ingediend met het verzoek om herziening op grond van nieuwe feiten die bij het eerdere onderzoek niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat de uitkomst van de zaak anders had kunnen zijn. De Hoge Raad beoordeelde de aanvrage en stelde vast dat de aangevoerde omstandigheden niet voldeden aan de vereisten van artikel 457 Sv Pro, omdat zij geen nieuwe feiten bevatten die het ernstig vermoeden wekken dat het onderzoek tot vrijspraak, ontslag van rechtsvervolging, niet-ontvankelijkheid of een lichtere straf had kunnen leiden.
Daarom verklaarde de Hoge Raad de aanvrage tot herziening niet-ontvankelijk en handhaafde het arrest van het hof. De uitspraak werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken op 20 september 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het verzoek tot herziening niet-ontvankelijk en handhaaft de veroordeling.