ECLI:NL:HR:2011:BT2191

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04912 B
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A.J.A. van Dorst
  • H.A.G. Splinter-van Kan
  • M.A. Loth
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 552a SvArt. 552d SvArt. 522d Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep tegen tussenbeschikking heropening onderzoek

Klaagsters hebben beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de Rechtbank Dordrecht waarbij hun klaagschrift op grond van art. 552a Sv werd behandeld. De Rechtbank heeft het beklag niet afgewezen of gegrond verklaard, maar het onderzoek heropend en geschorst, waardoor de beschikking als een tussenbeschikking wordt aangemerkt.

De Hoge Raad overweegt dat op grond van art. 552d Sv alleen tegen een eindbeschikking, dat wil zeggen een beschikking waarbij het beklag wordt afgewezen of gegrond verklaard met de daarmede overeenkomende last, cassatieberoep mogelijk is. Tegen een tussenbeschikking is geen afzonderlijk cassatieberoep voorzien.

Daarom verklaart de Hoge Raad de klaagsters niet-ontvankelijk in het cassatieberoep. De beschikking werd gegeven door de vice-president en raadsheren in raadkamer en uitgesproken in openbare terechtzitting op 4 oktober 2011.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan rechtsgrond voor cassatie tegen een tussenbeschikking.

Uitspraak

4 oktober 2011
Strafkamer
nr. 10/04912 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank te Dordrecht van 11 oktober 2010, nummer RK 10/91, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a van het Wetboek van Strafvordering, ingediend door:
[Klaagster 1], en [klaagster 2], gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
1.1. Het beroep is ingesteld door de klaagsters. Namens deze heeft mr. P.M. van Russen Groen, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Knigge heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klaagsters in het cassatieberoep.
1.2. De raadsman heeft schriftelijk op de conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
2.1. De Rechtbank heeft ten aanzien van een door de klaagsters ingediend klaagschrift strekkende tot teruggave van het inbeslaggenomene beslist dat (i) het gesloten onderzoek wordt heropend, (ii) het onderzoek in de zaak voor onbepaalde tijd wordt geschorst en de zaak wordt verwezen naar de Rechter-Commissaris teneinde een nadere selectie te (laten) maken van het inbeslaggenomene, (iii) het onderzoek op een nader te bepalen datum zal worden hervat en voorts de oproeping bevolen van onder meer klaagsters en hun raadslieden tegen het tijdstip waarop het onderzoek zal worden hervat.
2.2. Ingevolge art. 552d Sv kan tegen een op de voet van art. 552a Sv gegeven beschikking door het Openbaar Ministerie en door de klager beroep in cassatie worden ingesteld.
2.3. In art. 552d Sv is onder "een beschikking ingevolge art. 552a" te verstaan een eindbeschikking, dat wil zeggen een beschikking waarbij een beklag als bedoeld in art. 552a Sv wordt afgewezen of een beschikking waarin dit beklag gegrond verklaard wordt en het gerecht ingevolge het zevende lid van art. 552a Sv de daarmede overeenkomende last geeft.
2.4. In de hiervoor onder 2.1 genoemde beschikking heeft de Rechtbank, anders dan in de schriftuur is betoogd, het - op art. 552a Sv steunende - beklag noch afgewezen noch gegrond verklaard met de daarmede overeenkomende last doch heeft de Rechtbank het onderzoek heropend, zodat deze beschikking te beschouwen is als een tussenbeschikking (vgl. HR 20 januari 1987, LJN AC9669, NJ 1987/892).
2.5. Aangezien noch art. 552d Sv noch enige andere wetsbepaling voorziet in afzonderlijk cassatieberoep tegen een tussenbeschikking als de onderhavige, kunnen de klaagsters in het ingestelde beroep niet worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klaagsters niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren H.A.G. Splinter-van Kan en M.A. Loth, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, in raadkamer en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 oktober 2011.