ECLI:NL:HR:2011:BT6396

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01978 J
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 290 lid 4 SvArt. 216a lid 2 SvArt. 495b Sv
Verwijzingen
8 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens verzuim aanmaning minderjarige getuigen in hoger beroep

In deze strafzaak heeft de Hoge Raad op 20 december 2011 arrest gewezen over het verzuim van het hof om minderjarige getuigen in hoger beroep aan te manen de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen, zoals voorgeschreven in artikel 290, vierde lid, juncto artikel 216a, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De getuigen waren op het moment van hun verklaring jonger dan zestien jaar. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep vermeldt niet dat deze aanmaning is gegeven. Hoewel het niet naleven van deze verplichting niet expliciet met nietigheid is bedreigd, oordeelt de Hoge Raad dat dit verzuim toch nietigheid tot gevolg heeft, omdat het behoort tot het wezen van het strafproces dat getuigen onder ede of belofte worden gehoord of, indien minderjarig, na aanmaning.

De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 maart 2010 en wijst de zaak terug voor hernieuwde berechting op het bestaande hoger beroep. De overige middelen behoeven geen bespreking.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens het niet aanmanen van minderjarige getuigen.

Uitspraak

20 december 2011
Strafkamer
nr. S 10/01978 J
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 maart 2010, nummer 22/005534-09, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1992, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. H.G.A.M. Halfers, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Machielse heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het eerste middel
2.1. Het middel beoogt er kennelijk over te klagen dat het Hof de minderjarige getuigen [getuige 1] en [getuige 2] ter terechtzitting in hoger beroep heeft gehoord zonder dat deze getuigen op de bij de wet voorgeschreven wijze zijn aangemaand de gehele en niets dan de waarheid te zeggen.
2.2. Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 2 maart 2010 houdt onder meer het volgende in:
"De voorzitter stelt vast dat de opgeroepen getuigen [getuige 1] en [getuige 2] ter terechtzitting zijn verschenen. (...)
De voorzitter doet hierop de eerste getuige voor het gerechtshof verschijnen. Tevens verschijnt de vader van de getuige aan wie de voorzitter overeenkomstig artikel 495b Wetboek van Strafvordering bijzondere toegang verleent om bij dit gedeelte van de behandeling aanwezig te zijn.
De getuige doet op de vragen van de voorzitter opgave omtrent naam, voornamen, geboortedatum, beroep, woon- en verblijfplaats zoals hieronder is vermeld, verklaart geen bloed- of aanverwant van de verdachte te zijn.
De getuige, genaamd [getuige 1], geboren op [geboortedatum] 1994, scholier en wonende te [woonplaats], legt op vragen een verklaring af, zakelijk weergegeven als volgt:
(...)
De voorzitter doet hierop de volgende getuige voor het gerechtshof verschijnen. Tevens verschijnt de moeder van de getuige aan wie de voorzitter overeenkomstig artikel 495b Wetboek van Strafvordering bijzondere toegang verleent om bij dit gedeelte van de behandeling aanwezig te zijn.
De getuige doet op de vragen van de voorzitter opgave omtrent naam, voornamen, geboortedatum, beroep, woon- en verblijfplaats zoals hieronder is vermeld, verklaart geen bloed- of aanverwant van de verdachte te zijn.
De getuige, genaamd [getuige 2], geboren op [geboortedatum] 1994, scholier en wonende te [woonplaats], legt op vragen een verklaring af, zakelijk weergegeven als volgt:
(...)"
2.3. Het proces-verbaal van de terechtzitting van het Hof houdt niet in dat de aldaar gehoorde getuigen [getuige 1 en 2], die toen de leeftijd van zestien jaar nog niet hadden bereikt, overeenkomstig het ook in hoger beroep van toepassing zijnde art. 290, vierde lid, Sv in verbinding met art. 216a, tweede lid, Sv zijn aangemaand de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat dit niet is geschied. Hoewel het niet naleven van dit voorschrift niet met nietigheid is bedreigd, moet dit verzuim toch nietigheid ten gevolge hebben, aangezien het behoort tot het wezen van het strafproces dat getuigen onder ede of belofte worden gehoord of, indien zij de leeftijd van zestien jaren nog niet hebben bereikt, na de aanmaning de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zeggen.
2.4. Het middel is gegrond.
3. Slotsom
Hetgeen hiervoor is overwogen, brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, de overige middelen geen bespreking behoeven en als volgt moet worden beslist.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren W.M.E. Thomassen en C.H.W.M. Sterk, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken op 20 december 2011.