ECLI:NL:HR:2011:BT7193
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid DNB en AFM voor ontslagschade na herroepen aanwijzingen
In deze zaak staat de vraag centraal of De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) aansprakelijk zijn voor de schade die eisers [eiser 1] en [eiser 2] hebben geleden door hun ontslag als bestuurders van kredietinstelling [A]. Dit ontslag volgde op aanwijzingen van DNB en AFM uit 2003, die later door het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) werden herroepen vanwege motiveringsgebreken.
Eisers stelden dat de herroeping van deze aanwijzingen onrechtmatig handelen van DNB en AFM inhoudt, waaruit schadevergoeding voortvloeit. De rechtbank wees deze vorderingen af, maar het hof oordeelde aanvankelijk dat de aanwijzingen onrechtmatig waren en dat DNB en AFM aansprakelijk waren. Het hof stelde echter ook dat latere strafrechtelijke vonnissen, waarin eisers werden veroordeeld wegens handelen met voorwetenschap, onvermijdelijk tot ontslag zouden hebben geleid, waardoor DNB en AFM niet aansprakelijk waren voor schade vanaf die vonnissen.
De Hoge Raad bevestigt dat latere strafvonnissen als een latere gebeurtenis gelden die voor risico van eisers komt en dat het maatschappelijke belang vereist dat de betrouwbaarheid van bestuurders buiten twijfel staat. Daarom is het ontslag onvermijdelijk geweest. Bovendien wijst de Hoge Raad het beroep van eisers af en stelt dat de schade geheel voor eigen rekening komt, omdat zij door hun handelen zelf de situatie hebben veroorzaakt die tot het ontslag leidde. De eerdere toerekening van 40% schade aan DNB en AFM wordt onbegrijpelijk geacht en gecorrigeerd naar volledige eigen schuld van eisers.
Uitkomst: DNB en AFM zijn niet aansprakelijk voor schade na strafrechtelijke vonnissen; schade komt volledig voor rekening van eisers.