ECLI:NL:HR:2011:BT8437
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofbeslissing partneralimentatie wegens onduidelijke behoeftebeoordeling
Partijen waren gehuwd van 1990 tot 2006 en sloten een echtscheidingsconvenant waarin werd afgesproken dat de man voorlopig geen alimentatie zou betalen, maar dat dit zou worden herzien zodra hij weer een eigen inkomen had. De vrouw verzocht om vaststelling van partneralimentatie. De rechtbank wees dit verzoek af, maar het hof kende de vrouw alimentatie toe.
Het hof motiveerde dit door te verwijzen naar de afspraak dat de man alimentatie zou betalen zodra hij draagkracht had, zonder voldoende in te gaan op de behoefte van de vrouw. De man stelde dat de vrouw, die een eigen inkomen had, geen behoefte had aan alimentatie.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onbegrijpelijk had geoordeeld door de behoefte van de vrouw niet voldoende te betrekken bij de beslissing. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling met inachtneming van de behoefte van de vrouw.
De beslissing werd genomen door raadsheren Van Buchem-Spapens, Van Schendel, Streefkerk en uitgesproken door Van Oven op 9 december 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling van partneralimentatie met inachtneming van de behoefte van de vrouw.