ECLI:NL:HR:2011:BU1709
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Wijziging alimentatiebijdrage na wijziging omstandigheden zonder grove miskenning wettelijke maatstaven
De zaak betreft een verzoek tot wijziging van de alimentatieverplichting van de man ten behoeve van zijn twee kinderen, voortvloeiend uit een echtscheidingsconvenant en kinderconvenant uit 2003. De vrouw verzocht om verhoging van de bijdrage, terwijl de man verzocht om vermindering tot nihil.
De rechtbank stelde de bijdrage van de man vast op een bedrag tussen de oorspronkelijke en gevorderde bedragen. Het hof vernietigde deze beschikking en wees beide wijzigingsverzoeken af, omdat de vrouw volgens het hof geen grove miskenning van wettelijke maatstaven had gesteld en onderbouwd.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en oordeelde dat voor een wijziging op grond van art. 1:401 lid 1 BW Pro niet vereist is dat de oorspronkelijke overeenkomst is aangegaan met grove miskenning van wettelijke maatstaven. Het hof had dit onjuist toegepast en daarom werd de zaak verwezen naar het gerechtshof Arnhem voor verdere behandeling en beslissing.
De uitspraak verduidelijkt de uitleg van art. 1:401 lid 1 BW Pro en benadrukt dat wijziging van alimentatie mogelijk is bij gewijzigde omstandigheden zonder de strenge eis van grove miskenning bij het aangaan van de overeenkomst.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling zonder de eis van grove miskenning bij wijziging van alimentatie.