ECLI:NL:HR:2011:BU2874
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie bij medeplegen smaadschrift
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin verdachte werd veroordeeld voor medeplegen van smaadschrift door mededeling op een website.
De raadsman van verdachte stelde middelen van cassatie voor, waaronder een klacht over overschrijding van de redelijke termijn in de cassatiefase. De Hoge Raad oordeelde dat de stukken te laat door het hof waren ingezonden en dat meer dan twee jaar waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep.
Hierdoor werd de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM overschreden. Dit leidde tot vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vier maanden, waarvan twee maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
De overige middelen werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad vernietigde het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en handhaafde het verder.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Splinter-van Kan, Balkema en de Hullu en uitgesproken op 13 december 2011.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd met drie maanden en drie weken vanwege overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.