ECLI:NL:HR:2011:BU3103
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst woonruimte wegens exploitatie hennepkwekerij
In deze zaak stond de ontbinding van een huurovereenkomst voor woonruimte centraal, waarbij de huurder werd verweten een hennepkwekerij te exploiteren in het gehuurde pand. De verhuurder, Wooncompagnie, vorderde op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro ontbinding van de huurovereenkomst.
De rechtbank en het gerechtshof hadden reeds geoordeeld dat de exploitatie van een hennepkwekerij een dringende reden vormt voor ontbinding van de huurovereenkomst. Tegen het arrest van het gerechtshof stelde de huurder cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. Het cassatieberoep werd derhalve verworpen en de huurder werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
De uitspraak bevestigt dat het exploiteren van een hennepkwekerij in een gehuurde woonruimte een gegronde reden is voor ontbinding van de huurovereenkomst volgens de geldende bepalingen in het Burgerlijk Wetboek.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de huurder wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst bevestigd.