ECLI:NL:HR:2011:BU3351
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.G. Splinter-van Kan
- J.P. Balkema
- J. de Hullu
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De verdachte heeft cassatieberoep ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De Hoge Raad beoordeelt het beroep en constateert dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden, zodat deze geen nadere motivering behoeven.
De Hoge Raad stelt vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden, aangezien meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verkeert. Dit leidt tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van vijf jaar tot vier jaar en negen maanden.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest uitsluitend wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze dienovereenkomstig. Voor het overige wordt het beroep verworpen. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en uitgesproken op 20 december 2011.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vier jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.