ECLI:NL:HR:2011:BU4924

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05497
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:401 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wijziging kinderalimentatie afgewezen door Hoge Raad

De man heeft bij de Hoge Raad cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 september 2010, waarin een verzoek tot wijziging van kinderalimentatie werd behandeld. De zaak betreft een geschil tussen de man als verzoeker en de vrouw en hun zoon als verweerders.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere beslissingen van de rechtbank 's-Hertogenbosch en het gerechtshof, die aan de beschikking zijn gehecht. De advocaat-generaal heeft geconcludeerd dat het cassatieberoep moet worden verworpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen nadere motivering nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

Daarom wordt het cassatieberoep verworpen en blijft de beschikking van het hof in stand. De beslissing is genomen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 16 december 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.

Uitspraak

16 december 2011
Eerste Kamer
Nr. 10/05497
TT/RA
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. M.C. Carli-Lodder,
t e g e n
1. [De vrouw],
2. [De zoon],
beiden wonende te [woonplaats],
VERWEERDERS in cassatie,
advocaat: mr. J.P. Heering.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw en de zoon.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 196215 / FA RK 09-3764 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 24 november 2009;
b. de beschikking in de zaak HV. 200.058.231/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 21 september 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw en de zoon hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 december 2011.