ECLI:NL:HR:2011:BU5687
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vernietiging navorderingsaanslagen en weigert proceskostenvergoeding
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen in de vermogensbelasting opgelegd over de jaren 1991 tot en met 2000, inclusief verhogingen, boeten en heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen en sancties. Het Gerechtshof Amsterdam verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de verhogingen en boeten en verminderde de navorderingsaanslagen en heffingsrente.
Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad, terwijl de Staatssecretaris van Financiën zijn cassatieberoep introk. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep van belanghebbende ongegrond, omdat de middelen niet tot cassatie konden leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad benadrukte dat ervaringsregels als aanvullend bewijs kunnen dienen om het vermoeden te rechtvaardigen dat belanghebbende ook in andere jaren een banktegoed aanhield, maar dat gegevens van meewerkers daarvoor onvoldoende zijn. Tot slot wees de Hoge Raad het verzoek van belanghebbende af om de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten, omdat geen proceshandelingen waren verricht die daartoe aanleiding geven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot proceskostenvergoeding afgewezen.