ECLI:NL:HR:2011:BU6497
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslagen en boeten inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd voor de jaren 1990 tot en met 2000, inclusief verhogingen en boeten, welke door de Inspecteur gehandhaafd werden na bezwaar. Het hof verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de Inspecteursbesluiten en mat de aanslagen, boeten en heffingsrente naar beneden.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte bepaalde onderdelen van het arrest van 15 april 2011 niet in acht had genomen bij de beoordeling van de boeten. Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de verhogingen en boeten betrof en verwees de zaak naar het hof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest van 15 april 2011.
Daarnaast werd de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende, waaronder het griffierecht en kosten voor rechtsbijstand. De Staatssecretaris had het beroep in cassatie ingetrokken, waarna belanghebbende een verzoek tot kostenvergoeding indiende.
De zaak betreft het zogenoemde Rekeningenproject en de Hoge Raad benadrukte de noodzaak om de eerdere jurisprudentie correct toe te passen bij de beoordeling van bewijs en sancties. Het arrest is gewezen door de vice-president en raadsheren en op 2 december 2011 openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd en de zaak verwezen naar het hof te ’s-Gravenhage voor verdere behandeling.