ECLI:NL:HR:2011:BU6499
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing inzake navorderingsaanslagen en boeten inkomstenbelasting 1990-2000
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen opgelegd over de jaren 1990 tot en met 2000 in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, met daarbij verhogingen, boeten en heffingsrente. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslagen en sancties, maar het Hof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraken van de Inspecteur en matigde de aanslagen, boeten en verhogingen gedeeltelijk.
Belanghebbende en de Staatssecretaris van Financiën stelden cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Staatssecretaris trok zijn beroep in, waarna belanghebbende verzocht de Staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof blijk gaf van miskenning van eerdere jurisprudentie van 15 april 2011 met betrekking tot de beoordeling van boeten.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het de verhogingen over 1990-1997 en de boeten over 1998-2000 betreft en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. In de vervolgprocedure moet het hof beoordelen of de Inspecteur het bewijs heeft geleverd dat belanghebbende de feiten heeft begaan en of de opgelegde boeten passend zijn.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd voor de verhogingen over 1990-1997 en boeten over 1998-2000 en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.