ECLI:NL:HR:2011:BU6502
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deels uitspraak Hof inzake navorderingsaanslagen en boeten inkomstenbelasting
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boeten opgelegd over de jaren 1991 tot en met 1999 in de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. De Inspecteur handhaafde deze na bezwaar, maar het Hof verklaarde de beroepen gegrond, vernietigde de aanslagen, boeten en heffingsrente en matigde deze.
De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond verklaard en het Hofarrest vernietigd voor wat betreft de verhogingen over 1991-1997 en de boeten over 1998-1999. De zaak is verwezen naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof bij zijn beoordeling van de boeten onvoldoende rekening had gehouden met eerdere jurisprudentie, met name het arrest van 15 april 2011. Tevens werd de Staatssecretaris in de proceskosten veroordeeld en werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
De procedure betrof het zogenoemde Rekeningenproject, waarbij de Hoge Raad enkele algemene richtlijnen gaf. De zaak wordt nu herbeoordeeld door het Hof met inachtneming van deze richtlijnen en eerdere jurisprudentie.
De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren, en in het openbaar uitgesproken op 2 december 2011.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt deels het Hofarrest en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling.