ECLI:NL:HR:2011:BU8751
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek mishandeling wegens onvoldoende nieuw bewijs
De aanvrager werd door de Politierechter veroordeeld voor meermalige mishandeling van zijn levensgezel. In een latere strafzaak verklaarde het slachtoffer echter dat de mishandelingen niet door de aanvrager waren gepleegd. Dit nieuwe bewijs werd ingebracht in een verzoek tot herziening van het vonnis.
De Hoge Raad beoordeelde het verzoek aan de hand van de wettelijke criteria voor herziening, waarbij nieuw bewijs moet leiden tot een ernstig vermoeden dat het oorspronkelijke vonnis onjuist was. Het oorspronkelijke bewijs bestond uit een gedetailleerde aangifte van het slachtoffer, bevestigde verklaringen van de zuster van het slachtoffer en verklaringen van andere betrokkenen.
De nieuwe verklaring van het slachtoffer werd als globaal en onvoldoende zwaarwegend beoordeeld, evenals de verklaringen van getuigen die bang waren voor een derde betrokkene. Hierdoor kon niet worden aangenomen dat het nieuwe bewijs tot vrijspraak of een andere gunstige uitkomst zou leiden.
Daarom oordeelde de Hoge Raad dat het verzoek tot herziening kennelijk ongegrond was en wees het af. Het vonnis van de Politierechter bleef daarmee in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af wegens onvoldoende nieuw bewijs.