ECLI:NL:HR:2011:BU8918
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak rechtbank over proceskostenvergoeding in verzetprocedure belastingpremie
Belanghebbende was geconfronteerd met kosten wegens een dwangbevel voor een aanslag in de premie arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen 2003. Na bezwaar en beroep bij de rechtbank Haarlem werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang. Belanghebbende deed verzet tegen deze uitspraak, waarop de rechtbank het verzet gegrond verklaarde en de ontvanger veroordeelde tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Belanghebbende stelde in cassatie dat de rechtbank ten onrechte geen vergoeding had toegekend voor het verschijnen van zijn gemachtigde ter zitting en dat de gehanteerde puntwaarde voor de proceskostenvergoeding te laag was. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank geen rekening had gehouden met het verschijnen ter zitting en dat het overgangsrecht van het Besluit proceskosten bestuursrecht van 4 september 2009 van toepassing was, waardoor de puntwaarde verhoogd moest worden van €322 naar €437.
De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep gegrond, vernietigde het bestreden vonnis voor zover het de proceskosten betreft, veroordeelde de ontvanger tot vergoeding van €437 voor proceskosten en veroordeelde de Staat tot vergoeding van griffierecht en kosten in cassatie. De overige klachten werden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank voor zover het de proceskostenvergoeding betreft en veroordeelt de ontvanger tot een hogere vergoeding van €437.