ECLI:NL:HR:2011:BU9054
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot vaststelling omgangsregeling in familierecht afgewezen door Hoge Raad
In deze zaak stond een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling centraal, waarbij de man, verblijvend in een penitentiaire inrichting, cassatie instelde tegen de eindbeschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De vrouw, als verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend. De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de rechtbank en het gerechtshof die aan deze beschikking zijn gehecht.
De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De beschikking is gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 23 december 2011. Hiermee blijft de eindbeschikking van het gerechtshof in stand en wordt het verzoek tot vaststelling van de omgangsregeling niet toegewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eindbeschikking van het gerechtshof blijft in stand.