ECLI:NL:HR:2011:BU9054

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 december 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00644
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 1:377a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot vaststelling omgangsregeling in familierecht afgewezen door Hoge Raad

In deze zaak stond een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling centraal, waarbij de man, verblijvend in een penitentiaire inrichting, cassatie instelde tegen de eindbeschikking van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. De vrouw, als verweerder in cassatie, heeft geen verweerschrift ingediend. De Hoge Raad verwijst naar eerdere beslissingen van de rechtbank en het gerechtshof die aan deze beschikking zijn gehecht.

De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RO). De Hoge Raad volgt dit advies en oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Daarbij overweegt de Hoge Raad dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De beschikking is gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 23 december 2011. Hiermee blijft de eindbeschikking van het gerechtshof in stand en wordt het verzoek tot vaststelling van de omgangsregeling niet toegewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eindbeschikking van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

23 december 2011
Eerste Kamer
11/00644
EE/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats], thans verblijvende in de penitentiaire inrichting Flevoland, locatie Lelystad,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. Kaarls,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikking in de zaak 187913/FA RK 09-603 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 23 juli 2009;
b. de beschikkingen in de zaak 200.045.781/01 van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 maart 2010 (tussenbeschikking) en 9 november 2010 (eindbeschikking).
De eindbeschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de eindbeschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, W.A.M. van Schendel en G. Snijders, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 23 december 2011.