ECLI:NL:HR:2012:BR1149
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens spreekrecht en onbesliste inbeslagname in zaak doodslag 85-jarige vrouw
De Hoge Raad heeft op 6 maart 2012 het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 20 april 2010 vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde berechting omtrent de inbeslaggenomen goederen en de strafoplegging. De zaak betreft een verdachte die op 7 december 2007 een 85-jarige vrouw op gruwelijke wijze heeft gedood door haar meerdere malen met een plastic tas met zware voorwerpen op het hoofd en gezicht te slaan.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte een verklaring van een vriendin van het slachtoffer, die niet tot de wettelijke spreekgerechtigden behoorde, ter terechtzitting heeft toegelaten en bij de strafoplegging heeft betrokken. Hoewel dit niet tot nietigheid van het onderzoek leidt, mag de inhoud van die verklaring niet worden gebruikt voor bewijs van het tenlastegelegde feit, maar kan het wel een beperkte rol spelen bij de strafmaat.
Daarnaast stelde de Hoge Raad vast dat het hof in strijd met art. 353 Sv Pro geen beslissing had genomen over de inbeslaggenomen goederen, hetgeen een formeel gebrek is dat herstel behoeft. Tevens werd de redelijke termijn overschreden, wat leidde tot vermindering van de straf tot veertien jaar en zes maanden gevangenisstraf.
De Hoge Raad verwierp het beroep voor het overige en benadrukte dat uitbreiding van het spreekrecht tot niet-wettelijke personen aan de wetgever is voorbehouden. De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor verdere afdoening.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde beslissing over inbeslagname en strafoplegging, met strafvermindering tot veertien jaar en zes maanden.