ECLI:NL:HR:2012:BR2897
Hoge Raad
- Cassatie
- W.A.M. van Schendel
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
De zaak betreft een cassatieberoep van een verdachte die gedetineerd is in een penitentiaire inrichting. Het beroep is ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch uit 2009. De Advocaat-Generaal concludeerde tot gedeeltelijke vernietiging van het arrest, met name voor het onderdeel van de strafoplegging en de tenlastelegging.
De Hoge Raad vernietigt het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en vermindert deze tot veertien jaren en zes maanden. Voor het overige wordt het beroep verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen van cassatie niet tot cassatie kunnen leiden, behalve het middel dat klaagt over overschrijding van de redelijke termijn.
De Hoge Raad stelt vast dat de stukken te laat zijn ingezonden door het hof, waardoor de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit leidt tot vermindering van de straf. De uitspraak is gedaan nadat meer dan zestien maanden waren verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep, terwijl de verdachte in voorlopige hechtenis verbleef.
De Hoge Raad acht geen andere gronden aanwezig om de uitspraak ambtshalve te vernietigen en besluit conform de hierboven genoemde strafvermindering.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot veertien jaar en zes maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.