ECLI:NL:HR:2012:BT2544
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- Y. Buruma
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zedenzaak
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin hij was veroordeeld voor verkrachting en ontuchtpleging met minderjarigen. Het hof had een gevangenisstraf van vier jaren opgelegd en een schadevergoeding van vijfduizend euro aan de benadeelde partij toegewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat het middel van cassatie niet tot vernietiging kan leiden, maar stelt ambtshalve vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden, aangezien meer dan twee jaren zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een vermindering van de opgelegde gevangenisstraf.
De Hoge Raad vermindert de straf tot drie jaar en tien maanden en verwerpt het beroep voor het overige. De beslissing laat de toewijzing van de schadevergoeding en de overige onderdelen van het arrest van het hof in stand.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot drie jaar en tien maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.