ECLI:NL:HR:2012:BT6454
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs medeplegen en tenietdoen inschuld nalatenschap
De zaak betreft een cassatieberoep tegen het arrest van het Gerechtshof Arnhem van 17 november 2009, waarin verdachte werd veroordeeld voor het tenietdoen van een inschuld door het verwerpen van een nalatenschap en medeplegen met het oogmerk van wederrechtelijke bevoordeling.
Het hof had geoordeeld dat de verwerping van de nalatenschap als bedoeld in art. 326 Sr Pro valt onder het tenietdoen van een inschuld en dat verdachte nauw en bewust had samengewerkt met medeverdachten. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat het civielrechtelijk aantastbaar zijn van de verwerping niet aan het tenietdoen in de weg staat.
Voorts stelt de Hoge Raad vast dat het hof onvoldoende gemotiveerd heeft weerlegd dat verdachte het oogmerk van medeplegen had en dat zij nauw en bewust heeft samengewerkt. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en beslissing.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.